Ingedeeld onder: la vie | Tags: ray ban wayfarer folding rb 4105, verjaardag, zonnebril, ik hou soms van de mode, kwijl
Normaal gezien hou ik niet zo van het idee dat “wat de celebs dragen, moet iedereen dragen”, omdat ze vaak nogal slaafs de mode volgen (saai) en ik meestal niet zo dol ben op wat de mode ons dicteert. Het fenomeen ‘legging onder een rokje/jurkje’ heeft elke verkoopster me proberen aan te smeren, maar ik ben er nooit voor gezwicht. Skinny jeans? Aangezien ik ‘n hekel heb aan jeans (en broeken in ‘t algemeen eigenlijk), is dat zelfs nooit een optie geweest. Maar ik moet wel eerlijk bekennen dat ik fan ben van de gladiatorsandaaltjes die nu alle etalages en modeboekjes sieren – hoewel die dingen me waarschijnlijk absoluuuuut niet staan – en waar ik echt van begin te kwijlen, is de Ray Ban Wayfarer Folding RB 4105 (als we echt gedetailleerd willen doen).
Wat is dat ding moooooooooooi. Elke keer als ik een celeb signaleer in de Glam*it met zo’n ding op z’n snoet, wil ik het prompt van de pagina rukken en op mijn eigen hoofd drukken (dat rijmt). Het mooie is dat ook mannen met deze Ray Ban Wayfarer staan (zoals bepaalde vampiers kunnen getuigen) en dat zo’n ding tijdloos is. Plezier voor iedereen, altijd! Njam njam. Ik heb geen idee van de prijs, maar als die een beetje meevalt én als ik met zo’n Ray Ban Wayfarer Folding RB 4105 sta (wat ook waarschijnlijk weer absoluuuut het geval niet zal zijn), dan durf ik, jawel jawel, dat ding een plaatsje geven bovenaan mijn verjaardagslijstje. Mmmm.
Ingedeeld onder: idiootheid | Tags: blabla, gsm, ik ben tegen de wegwerpcultuur, nokia 3310, technologie
Geloof het of niet, maar technologie doet mij niet veel. Niet dat ik daarmee bedoel dat ik weken zou kunnen overleven zonder stromend water of elektriciteit (één dag zonder douche is voor mij al genoeg om gillend het huis rond te rennen), maar dat alle nieuwste snufjes en gadgets zo’n beetje aan mij voorbijgaan. Wel kijk ik altijd kwijlend toe als mensen hun Mac tevoorschijn toveren: wat zijn die Apple-laptops toch glanzend en netjes en zo bijzonder voor mensen-die-al-sinds-hun-12de-opgescheept-zitten-met-Windows-dingen, zoals mezelf. Zeker nu ik sinds anderhalf jaar in het bezit ben van een Acer waarop Windows Vista staat, het grootste onding uit de geschiedenis der computers, lijkt me zo. Internet Explorer dat plots besluit om alle pagina’s af te sluiten, of één pagina 500x te openen, of 5 minuten nodig heeft om Windows Media Player op te starten, etc etc, drama’s alom. Ik heb sinds twee jaar een mp3 waaraan ik eerst niet wilde toegeven, aangezien mijn discman het nog prima deed, maar toen al mijn cd’s krassen begonnen te vertonen en dat ding ook wel moeilijk in mijn sjakos paste (’t is een gezeul, niwaar?), heb ik ‘m toch maar op mijn kerstlijstje gezet. Vorige week stond ik in een tv-hifi-video-elektro-multimedia-Vandenborre-uheeftgoedgekozen en ontdekte ik dat mp3s er tegenwoordig ook alweer helemaal anders uitzien dan het prehistorische ding in mijn sjakos.
Maar vooral in de gsm-wereld ben ik echt niet meer mee. Sinds 2002 loop ik rond met een Nokia 3310. Als die Nokia 3310 ooit kapot gaat, zal ik – na zeven jaren trouwe vriendschap – bittere tranen huilen. Want een Nokia 3310, beste mensen, kan bellen en smsen. Echt waar. Niks meer, niks minder. Moet een gsm iets anders doen dan dat? Er is geen fancy kleurenscherm dat eerst moet geactiveerd worden, neen, mijn Nokia 3310 toont altijd trouw het uur zonder dat er eerst op 5 toetsen gedrukt moet worden. Je kan er geen foto’s van walgelijke kwaliteit mee maken. Hij moet geen uren nadenken om bij de inbox te komen (zoals de één-jaar-oude gsm van mijn moeder, ha!). Er kunnen maar liefst 15 smsjes op, waardoor de mooiste smsjes altijd meteen binnen klikbereik zijn en de andere rommel meteen de deur uitgesmeten wordt. Maar het allerbeste, mensen, is dat zo’n Nokia 3310 de sterkste gsm der gsms is. Al zeven jaar lang staat hij mij bij, in weer en wind, en nog vertoont hij geen krasje, geen vertwijfeling, niks. Een prestatie wanneer je de gsm bent van zo’n kluns als mezelf. Wekelijks bonkt hij wel eens tegen de grond (waarvoor sorry, lieve Nokia 3310, maar ach, ik doe het werkelijk niet expres). Trouwe dienst, zijn geld meer dan waard. Dat is kwaliteit, beste mensen.

Mijn Nokia 3310 is dan ook mijn pronkstuk. Een antiquiteit, als het ware. Als mensen hem aanschouwen, grijpen ze hem vast en gillen dat ze ook zo’n oude Nokia willen die nooit kapot gaat. Waardoor het ego van mijn teerbeminde Nokia 3310 vast wel een beetje gestreeld wordt. Hij is een toonbeeld van sterkte en dapperheid. Mijn pre-wegwerpcultuur-gsm’etje, klaar voor de volgende zeven jaren!
Ingedeeld onder: culturele toestanden, la vie | Tags: animatie, familie, neefje, youtube
Vanavond ging ik op YouTube (bron van animatie, inspiratie en vooral anti-verveling!) nog eens op zoek naar de filmpjes die mijn neef Maarten moet maken voor zijn studie Animatie aan het RITS. Hij specialiseert zich in de stop motion-techniek. In zijn eerste jaar maakte hij, samen met 3 andere jongens, dit geweldige filmpje, Eduard:
Ook deze is heerlijk, het Agadoo-tekenfilmpje. Nu is hij aan ‘t werken aan zijn afstudeerfilmpje, wat betekent dat ik daar weer lekker naar uit kan kijken (gnaha), en hier ook ‘n beetje kan trots zitten wezen op mijn getalenteerde familieleden (meer gnahaaa)!
In een oude Flair, die zich tussen de ‘toiletlectuur’ bevond op onze badkamer, las ik dat er een Deense vereniging is, genaamd B-Society. Ze zouden ijveren voor de belangen van de -hou u vast aan de takken van ‘t water- avondmens, ofwel -u raadt het al- de B-mens. Het is namelijk psychoterreur om het land voor zonsopgang het bed uit te jagen. Daarom worden er steeds meer initiatieven uit de grond gestampt, zoals B-scholen en B-crèches.
| Je bent een ochtendmens, ofwel extreem A, wanneer je… - ingetogen, eerlijk en zorgvuldig bent - goed scoorde op school - houdt van structuur en rommel haat - geen pepmiddelen nodig hebt |
Je bent een avondmens, ofwel extreem B, wanneer je… - nogal losbandig leeft - wel eens last hebt van depressieve buien, uitstelgedrag en vraatzucht - creatief, impulsief en behoorlijk aanwezig bent |
Aangezien ik mezelf herken in allebei, kan ik daaruit waarschijnlijk alleen maar concluderen dat ik een ‘dagmens’ ben? En wat bent u?
• Er staat een thesis op het programma die zo’n 25 000 woorden lang moet zijn en op 25 mei moet binnen zijn. Momenteel zit ik aan 18 395 woorden en heb ik dus nog 9 dagen om minimum 6605 woorden bij elkaar te tokkelen. Nu ik dat zo uitreken is dat heel wat minder dan ik dacht, dus bij deze doen we een kleine vreugdesprong. Obladee, obladaa!
• Na 25 mei heb ik nog welgeteld 7 dagen om mijn stageverslag bij elkaar te typen, dat zo’n 5000 woorden lang moet zijn. Aangezien de officiële datum 1 juni is, en dat Pinksteren is, neem ik automatisch aan (wat misschien niet zo slim is) dat de deadline verschoven is naar 2 juni, wat mij weer 24 uren extra geeft om dat ding in elkaar geflanst te krijgen. Oi.
• Ondertussen probeer ik tussen de tokkelbuien door nog wat meer te tokkelen aan mijn kennismakingsformulier voor de Master Cultuurmanagement. Dat houdt in dat ik al mijn diploma’s bij elkaar heb moeten sprokkelen om te weten te komen wat voor soort onderscheiding ik behaald heb, nu zit na te denken over mijn persoonlijke interesses (West-Vlamingen, ik bedoel, theater, theater, theater, en oh ja, de Franse cinema, hoewel ik denk dat mijn adoratie voor mijnheer G. Canet hen niet meteen zal interesseren) terwijl ik ook nog eens een creatief essay probeer te schrijven waarin ik mijn goede en zwakke kanten belicht, mijn motivatie voor de opleiding, mijn professionele toekomstplannen (werk proberen te vinden? wat anders?) en eventuele “andere nuttige informatie” (ik ben 1m73 groot, heb 6 katten en een half en droeg van mijn 12de tot mijn 14de blokjes? ). Gniiiii.
• En ik hoop dat ik niet te laat ben met dat formulier, want “in mei gaan ze iedereen contacteren voor een eerste gesprek”. Fubar?
• Alsof dat nog niet genoeg is, moet ik ook nog de tijd vinden om mij kandidaat te stellen voor de summerschool van Het Theaterfestival, want ik wil één van de 10 uitverkorenen worden die mag meedoen met de workshop dramaturgie. Deadline: 31 mei. Ungh.
• En hoewel ik heel de tijd achter mijn computer zit (Windows Vista est le cac), zou ik eigenlijk de straten van Gent moeten zitten doorcrossen op zoek naar een degelijk en sociaal kot, waar ik volgend jaar de time of my life zal hebben op sociale kotfeestjes met allemaal nieuwe sociale kotvrienden die sociaal doen in de sociale keuken. Valt het op dat ik dit jaar op een ronduit asociaal kot zat? Pfffft.
• Man, ik bedenk ook net dat ik ook nog mijn ticket voor de Gladiolen moet kopen, is serieus moet beginnen nadenken over mijn reis van dit jaar, mails moet sturen naar 1000 mensen die ik al een hele poos niet meer gezien heb, mijn kamer echt eens zou moeten uitmesten en mij eigenlijk ook zou moet haasten omdat ik over een halfuur in de stamkroeg verwacht wordt voor een date met de vrouwelijke vriendjes… Ai ai ai ai ai!
Ingedeeld onder: dag trippers, la vie | Tags: amour, bonheur, foto's, muziek, reisje, youtube
Wij kwamen, wij zagen en wij keerden met pijn in het hart terug. Om zo, heel kort, onze trip van vorig weekend naar PaviaMilaanBergamo te omschrijven.
Reden van vertrek? West-Vlaamse deernes op farmacologische stages in Italië. De ik-persoon die een beetje Italiaans kan dankzij een ver en duister verleden en tripjes met reden altijd nog beter vind dan tripjes zonder. Petit copain die een zeurend lief aan zich had bengelen. Zeuren helpt. De gevolgen zijn geschiedenis.
Personages? De ik-persoon (°Kempen, vrouwelijk), de petit copain (°West-Vlaanderen, mannelijk), heerschap 1 die we even Engelse prins zullen dopen (°West-Vlaanderen, mannelijk), heerschap 2 die we even Gugliemo zullen noemen (°West-Vlaanderen, mannelijk) én, wanneer in zuiderse oorden gearriveerd, een hyperactieve blondine met een neusje voor medicijnen (°West-Vlaanderen, vrouwelijk). Dat het noorden ondervertegenwoordigd was, zal al wel duidelijk zijn?
Enfin, hoewel het tripje begon in mineur (de ik-persoon die er om zes uur ’s ochtends al meteen in slaagde om zichzelf buiten te sluiten terwijl de koffer nog in de gang stond – gelukkig had de ik-persoon haar fiets bij zich en is zij aan een nooit eerder gezien tempo richting Maison petit copain gespurt en is de petit copain aan een nooit eerder gezien tempo dan met reservesleutel naar kot van ik-persoon gereden om zo toch nog op tijd de trein te halen, terwijl zij ‘sorry sorry sorry’ over het perron scandeerde, wetende dat de kleinkinderen er later weeral een mooi verhaal bij zullen hebben om over te sakkeren), was de rest dan, euh, majeur.
Pavia was klein, maar mooi, gezellig, Italiaansig, met gelati, prachtige zonsondergangen, amore amore en andere poeha. Milaan was grijs, de dom wel indrukwekkend, voor de rest een plek zoals er vele zijn. Gelukkig zijn westerlingen een entertainend gezelschap en zullen ‘tapetti mobili’ nooit meer hetzelfde zijn. Bergamo zou, met een fijn zonnetje en een pizzasneetje in de hand, één van de leukste stadjes ooit kunnen zijn – jammerlijk genoeg kreeg ons Belgische vennootschap de hele Middellandse Zee over zich uitgeregend.
Enkele bedenkingen: “aperitivo” is een concept dat dringend in België geïntroduceerd moet worden (€6 voor een cocktail én gratis buffet op de bar!) en “gelati” is een concept dat méér moet geïntroduceerd worden; het is toffer vliegen met EasyJet dan met Ryanair; de luchthaven van Milaan ligt veel te ver van Milaan; de ik-persoon heeft nog nooit zo vaak “wa zeit ‘m?” moeten vragen als dat weekend (het westerlings blijft een moeilijke taal); iemand moet de ontbijtcultuur introduceren in Italië; een Knirps-paraplu beschermt je tegen weer en wind; en fijne buitenlandse reisjes maken de terugkeer naar het thesisirritante België eens zo hard.
Siamo come il sole a mezzogiorno, baby. Voor wie een beetje verlichting/verluchting zoekt in deze stresserende tijden, is dit liedje dé oplossing!
Mag ik even uw aandacht voor één van de meest onbekende maar ook één van de geweldigste films ooit? Deze week bekeek ik voor de tweede keer Garden State, het regiedebuut uit 2004 van de nobele onbekende Zach Braff.
In Garden State keert Andrew Largeman – wanneer hij verneemt dat zijn moeder gestorven is – terug naar zijn geboortedorp in New Jersey (= Garden State), na negen jaar afwezigheid. Terug thuis ontmoet hij vele oude bekenden, die allemaal zo hun eigen leven hebben opgebouwd: de een is grafdelver, de ander politieagent, en weer een ander heeft een vermogen verdiend met het uitvinden van geluidloos klittenband. Ondertussen blijft ‘Large’ de confrontatie met zijn vader zo lang mogelijk uitstellen en zoekt hij een dokter op. Daar ontmoet hij Sam, een enthousiaste optimist (als er al optimisten bestaan die niet enthousiast zijn?) en een bebbel voor twee. U hoort het al, door de ontmoeting met deze Sam zal het leven van Large een heel andere wending nemen. Maar dat ga ik lekker niet vertellen.
Het verhaal mag dan misschien een beetje cliché klinken (verloren zoon komt terug, coming-of-age, ontmoet onderweg meisje) maar Braff presenteert het allemaal zo ongelooflijk mooi. Geen wilde bewegingen, maar een camera die ons onbeweeglijk stil laat kennismaken met de wereld van Braff en het drama dat erachter schuilt. Dat combineert hij dan ook nog eens met een stel heerlijke quotes die je zo in de huiskamer kan ophangen. “You know that point in your life when you realize that the house that you grew up in isn’t really your home anymore? That idea of home is gone. […] Maybe that’s all family really is. A group of people who miss the same imaginary place.” Als dat nog niet genoeg is, staan er op de soundtrack ook nog een paar geweldige liedjes, waaronder Don’t panic van Coldplay, Caring is creepy van The Shins, Such Great Heights van Iron And Wine en Let Go van Froufrou. En als u nu nog steeds niet overtuigd bent om naar de videotheek te hollen, een superfantigeweldige trailer om het geheel af te maken. Dankuwel.
De Belgische treinen. Oh, hoeveel klachtbrieven ik al niet heb willen neertokkelen en versturen. Ik ben namelijk geen officiële pendelaar. Twee maal per week neem ik de trein, dat al zo’n vijf jaar lang. Soms ga ik een beetje verder, richting Westhoek, soms trek ik naar de hoofdstad, meestal is het richting Antwerpen, sinds kort ook richting Gent. Heel ruw geschat neem ik dus zo’n 60 keer per jaar de trein. Officiële pendelaars zo’n, wat, 400 keer? Of tel ik helemaal fout? Maar dat is niet het punt. Het punt is dat ik op de trein zowat alles al heb meegemaakt wat een mens kan meemaken op de trein. Treinen zonder airco, treinen zonder verwarming, treinen met vertraging, treinen die te snel zijn (haha, nee, grapje, nog nooit meegemaakt, stel je voor), de conducteursschool die passeert in mijn wagon (vijf leerling-conducteurs die je aanstaren en niet weten wat ze met je Go Pass moeten doen), treinen die gewoon plots afgeschaft worden, treinen zonder verlichting, treinen met kapotte wc’s, treinen met gesloten deuren die weigeren te vertrekken zodat het volk in oproer komt en men zichzelf bevrijdt met de noodhendel (al die verhalen die ik al aan mijn kleinkinderen kan vertellen!), treinen die naar Gent rijden hoewel daar wel net een bom uit WOII gevonden is (de conducteur wist van niks, ik wist alles – jazeker, de kleinkinderen zullen echt euforisch worden wanneer moemoe later nostalgisch wordt), treinen met drie wagons (waarvan één 1ste klasse) die richting Blankenberge rijden op de warmste dag van het jaar (dat is echt gewoon vragen om problemen) en waarschijnlijk nog duizend andere verhalen die ik vergeten ben. En vorige vrijdag had ik de eer om van 20u05 tot 23u45 onderweg te zijn van Gent naar Herentals. Een mens is sneller in Parijs! Reden was een electriciteitspanne tussen Lokeren en St Niklaas. En dat, beste mensen, kan ik allemaal nog begrijpen (dingen kunnen nu eenmaal kapot gaan), maar die o zo verschrikkelijk gebrekkige communicatie altijd, dat is de druppel die de treinemmer doet overlopen. Jandoriepotverdekkesakkerdesakkdernondeju!





