“De Geruchten” door Guy Cassiers & Olympique Dramatique
Enkele weken geleden trok ik met de zus en de schoonbroer in spe naar de Bourla in hartje Antwerpen, alwaar wij de voorstelling “De Geruchten” gingen bijwonen. Mo? Ach? Hoe? Neen, niet dat wij zo’n vippelijke persoonlijkheden zijn dat wij gewoon tickets kunnen versieren voor uitverkochte voorstellingen – wij zijn gewoon slim, en boeken al in september. Onze neusjes ruiken namelijk wanneer iets succesvol gaat zijn. Als klap op de vuurpijl besloot mijnheer Claus dan ook nog eens dat 19 maart, de dag dat onze poezelige achterwerken plaatsnamen in de rode satijnen Bourla-zitjes, een mooie dag was om de wereld te verlaten, zodat de hele voorstelling nog eens dat ietsje extra kreeg.
Mo? Ach? Hoe? De titel van dit blogstukje is niet gekozen omdat ik West-Vlamingen een enge volkssoort vind (ik koester zelfs een niet zo heimelijke liefde voor West-Vlamingen, vooral als ze uit de Westhoek komen), maar omdat het stuk en natuurlijk ook het boek zich afspelen in het fictieve dorp Alegem, waar de familie Catrijsse berucht is. In de tweede helft van de jaren ‘60 zien de vader, de moeder en hun achterlijke zoon Noël de oudste zoon terug: René. Jongeheer Catrijsse heeft lang in Congo gezeten, maar wat hij daar precies uitspookte, wordt nooit echt duidelijk. Hij was daar in elk geval niet voor Artsen Zonder Grenzen. Enfin. René ziet er ook niet echt gezond uit. Hij is amper aangekomen, of Alegem wordt opgeschrikt door het ene sterfgeval na het andere. Is dat de schuld van René? Of is het gewoon dom toeval?
‘t Was niet het verhaal dat deze voorstelling zo subliem maakte (als ik eens met chique woorden mag spelen), maar het concept. Zo is er het grote ratelende stationsbord dat hoog in beeld hangt en ons duidelijk maakt welk personage er nu op de scène staat. Handig voor de niet zo snuggeren onder ons. “De Vlaamse sixties in een modern clean kleedje: dat is De Geruchten.” In de voorstelling draait ook alles rond geluid. Het podium staat vol microfoons, die zich als ware attributen ook in het verhaal smijten door afwisselend een vuurwapen, een boom of een erectie te spelen. Eerwaarde H. Lamentijn krijgt altijd een mooie kathedraalgalm op zijn microfoon en een halve journalist heeft last van winderigheid in de bossen van Alegem: op geluidseffecten is er duidelijk niet bespaard.
Volgend jaar nog een Olympiqueske, of als ‘t even kan; twee alsjeblieft. Of drie. Of vier. Laat je maar eens goed gaan, Guy, dankjewel.
