Dingen die niet leuk zijn in het leven.
Dat Sara nu officieel tot een einde is gekomen.
Dat de braderij van Herentals er in 2008 weer net zo saai uitziet als in 2007.
Dat een woonstekkie zoeken in Gent zelfs nog minder leuk is dan mijn cursus chemie uit het zesde middelbaar.
Dat woonstekkies in Gent gewoonweg onvindbaar zijn.
Dingen die wel leuk zijn in het leven.
Dat ik vorige week woensdag uitgenodigd was bij An en haar West-Vlaamse amour (want wij zijn beiden Kempense patatjes die weten dat de echt goede dingen nu eenmaal ver gezocht moeten worden) als chaperonne van de petit copain, die samen met enkele vrolijke Taal- en Letterkundestudenten van de Blandijn de nieuwe flat van het koppel van naderbij ging bekijken, en dat door middel van een preischotel. Van dat diner zijn er op de fotoblog van Leen foto’s te vinden.
Dat het vorige vrijdag 10 JAAR PARKROCK (uitroepteken uitroepteken) was, waar de gemiddelde leeftijd 17 was, wij in de krant verschenen in 19-jarige vermomming en waar ik dacht dat Milk Inc. heel de tijd hetzelfde liedje zong, maar blijkbaar lijken al die liedjes gewoon op elkaar.
Dat ik van mijn thesis een officiële 12 heb en een psychologische 13 (maar die uitleg is me net iets te vermoeiend) en dat ben gaan vieren met Frannie door middel van het beklimmen van het dak van haar appartement-huis-ding, daarna door de zee van groene, stakende mannetjes te ploeteren om vervolgens de tram te nemen richting het Zuid en daar een broodje aan het Museum voor Schone Kunsten op te eten tot het Festival Sosjal van haar loverboy begon.
Dat ik vandaag gepintelierd heb met de Bommekes op de braderij en dat terwijl mijn shirtje verkeerd zat. Weeral een verhaal om aan de kleinkinderen te vertellen.
Dat mijn moeder en ik Scrabble gespeeld hebben en dat er spannende woorden uit de bus kwamen, zoals Kaaba, gym, fez en docentenhuis, wat mij maar liefst 60 punten opleverde!
Tot slot, dat ik morgen vier dagen lang mijn tijd zal verdelen tussen Oost- en West-Vlaanderen in het gezelschap van de petit copain en een, laten we hopen, stralend zonnetje. En dat ik een heel klein beetje melig klink, dat kan me deze keer zelfs niks bommen.
Sinds 21 juni ben ik een 19-jarige hogeschoolstudente die als een bakvis kwijlend achter Peter Van de Veire aanloopt en haar vriendinnen één keer per jaar terugziet, en dat op Parkrock. ‘t Klinkt misschien belachelijk, maar zo besef je wel werkelijk dat je alles wat er in de krant staat toch met een dikke korrel zout moet nemen. Ik hebbie gesprokie.
Vandaag heb ik mijn vaderlief verblijd door het huis rond te springen terwijl ik Fascination van Alphabeat een nieuwe dimensie gaf door man- én vrouwenstem te combineren en er ook nog eens uit te zien als iemand die rechtstreeks weggelopen was uit Fame, met een bloemenjurkje, marginale slobbersokken, opa-sleffers en een wollen vestje dat eigenlijk helemaal niet bij het geheel paste. Het is koud, het mag! Vaderlief kon het niet echt appreciëren, maar dat was te verwachten aangezien hij mijn weledele en luidruchtige humor nooit echt kan appreciëren. Sniksnifsnotter.
Best wel grappig, want overlaatst zat ik oude berichtjes van mezelf te lezen waarvan één melding maakte van ’t volgende:
“Vandaag heeft mijn padré 8x (!!!) gezegd dat ik stiller moest zijn. Een record! De achtste keer was hij echt wel geïrriteerd. Toen gilde ik in zijn oor: Pruimtomaat! Ik ben een pruimtomaat! Je moet niet proeven want ik ben een pruimtomaat!”
Dat was in 2004, het heuglijke jaar dat ik de middelbare school mocht verlaten (Nota aan mezelf: we worden echt oud!) maar blijkbaar ben ik nog altijd even luidruchtig als toen.
Enfin, mijn pogingen om in het huis wat vrede en vrolijkheid te brengen mochten niet echt baten en dus heb ik mij maar teruggetrokken achter mijn prachtig witte bureautje met geel en blauwe schuifjes in mijn extreem kinderlijke kamer die sinds mijn 12de eigenlijk niet meer echt veranderd is omdat ik daar veel te lui voor ben en over enkele jaren hopelijk toch wel zelfstandig elders woon en het dus de moeite niet meer is om nog een update uit te voeren. Ik zit hier wat te paperen terwijl het buiten toch wel redelijk koud is zodat het wel een grauwe oktoberdag lijkt in plaats van hartje juni. Beste Frank, ik wil zon en wel nu zodat ik een mooi bruin kleurtje krijg en niet aan de slag moet gaan met van die vieze zelfbruiners omdat anders iedereen denkt dat ik werkelijk aan bloedarmoede lijdt, dankjewelmercibeaucouptoedeloe.
Gisteren heb ik op welgeteld drie uur tijd een paper geschreven over de geschifte erotomanie van Audrey Tautou in À la folie… pas du tout en nu wil ik op twee uurtjes iets zinvols schrijven over de acteerstijl van Jacques Tati. Oui mon général, ik blijf altijd en eeuwig in de Franse stijl. Na het meisje met de jurkjes word ik nu ook die-Franse-film-geobsedeerde-griet maar dat kan mij niet bommen en kartonnen figuren op levensgrote wijze van Guillaume Canet zijn nog steeds welkom, slechts één adres: het mijne.
Het moesje heeft deze middag al helpen koken en probeert nu sudoku’s op te lossen, hoewel ze dat toch wel ontzettend moeilijk vind. Ik heb deze middag geholpen met het operatief verwijderen van een neusgezwel bij een hond en als een echte professional riempjes aangespannen om bloed te trekken om daarna dat bloed met mijn kennersoog te bekijken (“Te donker, dokter!”) en wie weet word ik ooit nog wel een echte, hoewel mijn hersencelletjes daar toch nog wel iets te klein voor zijn want zodra iemand over lymfeklieren en enzymen tegen mij begint te lallen, val ik in slaap. Nee, dan toch liever mijn Tati en Tautou.
Regi en zijn wuvve hebben hetzelfde kapsel. Dat besefte ik terwijl ik op het toilet de Tv Familie zat te lezen (want het toilet is de enige plek waar het lezen van marginale boekjes toegelaten is – dat, en de wachtzaal van de dokter) en dat was dan ook meteen het hoogtepunt van mijn dag.
Ik denk dat ik nu officieel de rotste week van mijn leven achter de rug heb, en het einde lijkt nog niet in zicht. De meest terugkerende zin van de week is: “Maar goed dat gij nu geen examens hebt, meisje!” Dat zou er inderdaad nog moeten bijkomen – het herexamen voor mijn favoriete Parijse chauvinistische trollebol was al erg genoeg, maar gelukkig kreeg ik wat mentale steun van mevrouw Van Wallendael, Erasmus-regelaarster van de Universiteit Antwerpen die echt wel een standbeeld verdient.
Mijn dagactiviteiten bestaan uit douchen, helpen in de praktijk, koken, afwassen, naar het ziekenhuis gaan, nog wat huishoudelijke klusjes doen, naar de bank, naar de bakker, soms naar de post, soms naar de supermarkt, vijf minuutjes rondhangen op Facebook en daar niks nuttigs doen, nog een wasje, als ’t wat meezit met de tijd ook nog wat schoolwerk, avondeten, afwasmachine inladen, nog wat praktijkwerk, weer naar het ziekenhuis om dan samen met de vader een beetje depressief terug naar huis te keren. Ik heb geen tijd meer om degelijk na te denken, maar misschien is dat maar goed ook. Ik zit nu in zo’n fase dat ik zelfs de lezersbrieven van de Dag Allemaal al triest begin te vinden (die zijn sowieso natuurlijk altijd wel triest, op een zielige manier) en me het lot aantrek van de vele miserabele Dag Allemaal-lezertjes waarvan het hoogtepunt van de dag de nieuwste aflevering van Sara is.
En ik heb eigenlijk een ontzettende hekel aan zielige blogposten, dus bij deze ga ik afronden. Volgende keer wil ik beter nieuws, positiever nieuws, leuker nieuws, en daar zullen we dan ook om strijden!








