Wanneer men mentaal een beetje afgestompt begint te raken van het vele schoolwerk (hoewel het toch nog steeds lijkt alsof ik meer pauze neem op een dag dan écht werk, maar goed), mag men zichzelf al eens transformeren in een heuse bakvis. Dat doen 22-jarige deernes door naar films te gaan kijken die bedoeld zijn voor 15-jarige pubers met als plotlijn: “Een tienermeisje brengt zichzelf in levensgevaar wanneer ze verliefd wordt op een vampier.” Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat dat oerbelachelijk klinkt, maar ik had toevallig (jahaa!) ook het boek gelezen (Twilight van Stephenie Meyer!) en daar was ik – heuse bakvis die ik ben – wel een enthousiaste fan van. Ook al omdat ik mij die vampier als uiterst knap en mysterieus voorstelde natuurlijk. Gelukkig voor mij hadden ze voor de film toch wel een kerel gecast die er knap uitzag wanneer hij mysterieus deed, dus viel er nergens over te klagen. En wanneer hij uit zijn glinsterende autootje stapte met ’n Ray Ban-bril op zijn kop en zijn haar zo hoog in de gel als Cameron Diaz in There’s Something About Mary, kon je de grieten in de zaal allemaal een gilletje horen slaken: le nouveau James Dean est arrivé (weliswaar in vampierenversie, maar dat draagt gewoon bij tot de, euh, mysterieusiteit).

Verder heb ik ook Loft gezien, waar ik eigenlijk niks zinnigs over te zeggen heb, buiten dan dat het puike acteerprestaties waren en dat Erik Van Looy een toffe pee is, maar dat het gewoon echt mijn cup of tea niet was. Enfin. In de week zal ik nog eens proberen om mijn blik te werpen op een echte intellectuele film, om stoer te doen en toch iets te hebben om over te praten op café. Ik denk dat ik met mijn James Dean in disguise niet ver ga komen. Snik snif snotter.
Ingedeeld onder: culturele toestanden, dag trippers, la vie | Tags: Amsterdam, blabla, lijstje, reisje
Mijn lijstje met “Steden Waar Ik Best Wel Eens Officieel Zou Willen Vertoeven” is weer een scheetje langer geworden. Want, beste bloglezer, er zijn namelijk veel steden die wel een bezoekje waard zijn, en misschien zelfs een tweede, of een derde, of een vierde, of misschien zelfs een vijfde als uw portemonnee geld te voorschijn tovert zoals die Ezel uit dat sprookje, maar in de meeste steden, daar zou ik niet willen wonen. Die zijn mooi om eens een keertje door te flaneren, weetuwel. Misschien is mijn probleem gewoon dat ik, hoe dol ik ook ben op reizen, toch een beetje oer-Belgisch ben en me dan toch ook wel écht thuisvoel wanneer ik in mijn geboortelandje ben.
Maar waar het eigenlijk om draaide: de lijst! Wel, die lijst is eigenlijk vreselijk kort. Ik zei het al: oer-Belgisch. In Parijs zat ik vorig jaar en dat was heerlijk: al die cinema’s, al die pannekoeken, al die Franse lekkere dingen, ola! Ik wilde ook alleen op Erasmus naar Parijs en naar nergens anders, dus ik ben wel blij dat ze me mijn eerste keuze bezorgd hebben. Parijs blijft dus op de lijst, hoewel ik er 100% zeker van dat je, als je dag in dag uit elke morgen die metro moet nemen, je wel ontzettend verzuurd geraakt. En dat je longen na een jaar al naar de boem zijn dankzij alle uitlaatgassen.
Gent prijkt sinds kort ook op de lijst en heeft, denk ik, Antwerpen verdreven. (Maar ik ben nog jong en wild, ik verander om de haverklap van idee dus wees niet verbaasd als ik over een half jaar zit te zeuren dat Antwerpen geweldig is.) Tsja, de riviertjes, de parkjes, de theaters, de Chocoladebar,… Gent heeft me in zijn macht. Het staat zelfs op nummer 3 in een wereldranglijst van een National Geographic-achtig blad met steden die men moet (!) bezoeken. Zei mijn krant gisterochtend. Brugge is me een iets te groot openluchtmuseum, Hasselt is me iets te saai, Brussel is een land op zich. Over de Waalse steden heb ik weinig te zeggen, want als wij naar Wallonië trekken, zoeken wij meestal de lieflijke riviertjes en boerenhuisjes op en kwetteren dan samen in koor: “Oooooh, hoe kneuterig!” Snappie?
En dan is er Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, de plek waar ik vorig weekend mocht rondwaggelen. Amsterdam is, in één woord, geweldig. Meer valt er niet over te zeggen. Het is een simpele stad, het is een fijne stad. Iedereen rijdt er rond met de fiets, de lange grachten met de talloze bruggen zijn een plezier voor het oog, de museums zijn toch wel een beetje ontelbaar, de oude huisjes staan vaak scheef en die Nederlands zijn toch wel grappig joviaal. (Hoewel de Parijzenaars toch het vriendelijkst blijven.) U hoort het: Amsterdam heeft er een fan bij. Het fijne is dat Amsterdam, net zoals Parijs, vlakbij België ligt. En dat is, voor een echte Belgische, wel lekker praktisch. Zakje patat, bootje in nat, Amsterdam: dat heb ik gezellig weer gehad!
PS. Wie meer Nederland wil, moet naar de film Alles is liefde (klik!) kijken. Wat heeft die film heerlijke quotes! (En ik heb eigenlijk een hekel aan romantische komedies, stel je voor!) En, Carice van Houten doet mee, wat op zich gewoon al een reden is om te kijken. Beste en mooiste actrice van de Lage Landen. Punt!
Optimist tot in de kist, maar een etterklot in de strot, dat voelt toch wel rot. Na welgeteld negen lange en pijnlijke dagen durf ik te beweren dat de etter als het ware begint weg te ebben, dat we de Dafalgan misschien toch al eens achterwege kunnen laten en dat we weer op een degelijke manier onder de mensen kunnen komen, voor men mij begint te associëren met een willekeurige inwoner van Molokaï. Ik zei adieu tegen de antibiotica. Morgen ben ik pilvrij en is de cocktailbar van mij. Oh yeah!
