Op stap met Ruth


Wot zee fok.

Wat? Wat? Wat lees ik nu? Jan Verheyen gaat een bewerking maken van het heerlijke Nederlandse “Alles is Liefde”? En hij noemt dat ding “Zot van A”? Ik bedoel: WAT?!

“Alles is Liefde” was redelijk perfect. Punt. En Carice van Houten deed mee. Punt. En was Nederlands gesproken. Punt. Het lijkt me nogal belachelijk om daar wéér een Nederlandstalige film van te maken met accentjes die iets anders klinken. En één van de heerlijke dingen aan “Alles is Liefde” is de titel. Geef toe: alles is liefde, dat klinkt toch gewoon mooi? Zot van A daarentegen klinkt als een marginale Antwerpenaar die je op de tram probeert te versieren. “‘Hey psst, k zen zot van aa”, jeweetwel.

En niets tegen Antwerpen. Antwerpen is geweldig, gezellig, mooi, blablabla, Antwerpenaars zijn ook leuk, patatie patataa… maar gewoon: UNGH. De Vlaamse cast is ook niets mis – maar de Nederlandse cast was ook helemaal niet mis! Met andere woorden: mijn tenen krullen zoals nooit tevoren.

Wat? Wat?

Bron (van irritatie): Jan Verheyen stelt “Zot van A” voor



Familieeeeeee.
7 juni, 2009, 9:36 pm
Ingedeeld onder: culturele toestanden, la vie | Tags: , , ,

Vanavond ging ik op YouTube (bron van animatie, inspiratie en vooral anti-verveling!) nog eens op zoek naar de filmpjes die mijn neef Maarten moet maken voor zijn studie Animatie aan het RITS. Hij specialiseert zich in de stop motion-techniek. In zijn eerste jaar maakte hij, samen met 3 andere jongens, dit geweldige filmpje, Eduard:

Ook deze is heerlijk, het Agadoo-tekenfilmpje. Nu is hij aan ‘t werken aan zijn afstudeerfilmpje, wat betekent dat ik daar weer lekker naar uit kan kijken (gnaha), en hier ook ‘n beetje kan trots zitten wezen op mijn getalenteerde familieleden (meer gnahaaa)!



Waarom ik mijn blog verwaarloos.
28 februari, 2009, 11:33 pm
Ingedeeld onder: culturele toestanden, la vie | Tags: ,



Ik hou van Amsterdam!
16 november, 2008, 6:26 pm
Ingedeeld onder: culturele toestanden, dag trippers, la vie | Tags: , , ,

Mijn lijstje met “Steden Waar Ik Best Wel Eens Officieel Zou Willen Vertoeven” is weer een scheetje langer geworden. Want, beste bloglezer, er zijn namelijk veel steden die wel een bezoekje waard zijn, en misschien zelfs een tweede, of een derde, of een vierde, of misschien zelfs een vijfde als uw portemonnee geld te voorschijn tovert zoals die Ezel uit dat sprookje, maar in de meeste steden, daar zou ik niet willen wonen. Die zijn mooi om eens een keertje door te flaneren, weetuwel. Misschien is mijn probleem gewoon dat ik, hoe dol ik ook ben op reizen, toch een beetje oer-Belgisch ben en me dan toch ook wel écht thuisvoel wanneer ik in mijn geboortelandje ben.

Maar waar het eigenlijk om draaide: de lijst! Wel, die lijst is eigenlijk vreselijk kort. Ik zei het al: oer-Belgisch. In Parijs zat ik vorig jaar en dat was heerlijk: al die cinema’s, al die pannekoeken, al die Franse lekkere dingen, ola! Ik wilde ook alleen op Erasmus naar Parijs en naar nergens anders, dus ik ben wel blij dat ze me mijn eerste keuze bezorgd hebben. Parijs blijft dus op de lijst, hoewel ik er 100% zeker van dat je, als je dag in dag uit elke morgen die metro moet nemen, je wel ontzettend verzuurd geraakt. En dat je longen na een jaar al naar de boem zijn dankzij alle uitlaatgassen.

Gent prijkt sinds kort ook op de lijst en heeft, denk ik, Antwerpen verdreven. (Maar ik ben nog jong en wild, ik verander om de haverklap van idee dus wees niet verbaasd als ik over een half jaar zit te zeuren dat Antwerpen geweldig is.) Tsja, de riviertjes, de parkjes, de theaters, de Chocoladebar,… Gent heeft me in zijn macht. Het staat zelfs op nummer 3 in een wereldranglijst van een National Geographic-achtig blad met steden die men moet (!) bezoeken. Zei mijn krant gisterochtend. Brugge is me een iets te groot openluchtmuseum, Hasselt is me iets te saai, Brussel is een land op zich. Over de Waalse steden heb ik weinig te zeggen, want als wij naar Wallonië trekken, zoeken wij meestal de lieflijke riviertjes en boerenhuisjes op en kwetteren dan samen in koor: “Oooooh, hoe kneuterig!” Snappie?

En dan is er Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, de plek waar ik vorig weekend mocht rondwaggelen. Amsterdam is, in één woord, geweldig. Meer valt er niet over te zeggen. Het is een simpele stad, het is een fijne stad. Iedereen rijdt er rond met de fiets, de lange grachten met de talloze bruggen zijn een plezier voor het oog, de museums zijn toch wel een beetje ontelbaar, de oude huisjes staan vaak scheef en die Nederlands zijn toch wel grappig joviaal. (Hoewel de Parijzenaars toch het vriendelijkst blijven.) U hoort het: Amsterdam heeft er een fan bij. Het fijne is dat Amsterdam, net zoals Parijs, vlakbij België ligt. En dat is, voor een echte Belgische, wel lekker praktisch. Zakje patat, bootje in nat, Amsterdam: dat heb ik gezellig weer gehad!

PS. Wie meer Nederland wil, moet naar de film Alles is liefde (klik!) kijken. Wat heeft die film heerlijke quotes! (En ik heb eigenlijk een hekel aan romantische komedies, stel je voor!) En, Carice van Houten doet mee, wat op zich gewoon al een reden is om te kijken. Beste en mooiste actrice van de Lage Landen. Punt!



Wreedheden der West-Vlamingen.
19 april, 2008, 7:50 pm
Ingedeeld onder: culturele toestanden | Tags:


“De Geruchten” door Guy Cassiers & Olympique Dramatique

Enkele weken geleden trok ik met de zus en de schoonbroer in spe naar de Bourla in hartje Antwerpen, alwaar wij de voorstelling “De Geruchten” gingen bijwonen. Mo? Ach? Hoe? Neen, niet dat wij zo’n vippelijke persoonlijkheden zijn dat wij gewoon tickets kunnen versieren voor uitverkochte voorstellingen – wij zijn gewoon slim, en boeken al in september. Onze neusjes ruiken namelijk wanneer iets succesvol gaat zijn. Als klap op de vuurpijl besloot mijnheer Claus dan ook nog eens dat 19 maart, de dag dat onze poezelige achterwerken plaatsnamen in de rode satijnen Bourla-zitjes, een mooie dag was om de wereld te verlaten, zodat de hele voorstelling nog eens dat ietsje extra kreeg.

Mo? Ach? Hoe? De titel van dit blogstukje is niet gekozen omdat ik West-Vlamingen een enge volkssoort vind (ik koester zelfs een niet zo heimelijke liefde voor West-Vlamingen, vooral als ze uit de Westhoek komen), maar omdat het stuk en natuurlijk ook het boek zich afspelen in het fictieve dorp Alegem, waar de familie Catrijsse berucht is. In de tweede helft van de jaren ‘60 zien de vader, de moeder en hun achterlijke zoon Noël de oudste zoon terug: René. Jongeheer Catrijsse heeft lang in Congo gezeten, maar wat hij daar precies uitspookte, wordt nooit echt duidelijk. Hij was daar in elk geval niet voor Artsen Zonder Grenzen. Enfin. René ziet er ook niet echt gezond uit. Hij is amper aangekomen, of Alegem wordt opgeschrikt door het ene sterfgeval na het andere. Is dat de schuld van René? Of is het gewoon dom toeval?

‘t Was niet het verhaal dat deze voorstelling zo subliem maakte (als ik eens met chique woorden mag spelen), maar het concept. Zo is er het grote ratelende stationsbord dat hoog in beeld hangt en ons duidelijk maakt welk personage er nu op de scène staat. Handig voor de niet zo snuggeren onder ons. “De Vlaamse sixties in een modern clean kleedje: dat is De Geruchten.” In de voorstelling draait ook alles rond geluid. Het podium staat vol microfoons, die zich als ware attributen ook in het verhaal smijten door afwisselend een vuurwapen, een boom of een erectie te spelen. Eerwaarde H. Lamentijn krijgt altijd een mooie kathedraalgalm op zijn microfoon en een halve journalist heeft last van winderigheid in de bossen van Alegem: op geluidseffecten is er duidelijk niet bespaard.

Volgend jaar nog een Olympiqueske, of als ‘t even kan; twee alsjeblieft. Of drie. Of vier. Laat je maar eens goed gaan, Guy, dankjewel.



Kunst te koop.
10 maart, 2008, 7:40 pm
Ingedeeld onder: culturele toestanden | Tags: ,

Zaterdag, 8 maart; verplichte voorstelling in de Vooruit in Gent. Big 2 – show/business van Superamas – ach ja, als ‘t kind maar ‘n naam heeft, zou mijn grootmoeder zeggen. Let ook goed op de combinatie van de woorden ‘zaterdag’, ‘verplicht’ en ‘Gent’. Het is alom bekend dat het treinverkeer in la Belgique niet altijd van een leien dakje loopt, en zeker niet op doordeweekse weekenddagen. Om naar een voorstelling die welgeteld 59 minuten en 40 seconden duurt te gaan kijken, moest ik thuis vertrekken met de auto om 17u, me naar het station begeven om daar te trein te nemen naar Antwerpen, om daar over te stappen op de trein richting Lille Flandres, die trein te verlaten in station Gent-Sint-Pieters om daar dan weer op tram 1 te stappen die mij twee straten van de Vooruit verwijderd de straat op bonjourde bij halte ‘Verloren kost’. Creatievelingen daar in Gent als het op namen aankomt, amai seg. Ik hou natuurlijk wel van Gent, omdat daar mensen resideren die mij nauw aan het hart liggen, maar niet op een zaterdagavond wanneer de gemiddelde kotstudent thuis bij zijn moesje zit om de was te doen en ik dus niemand kan gaan lastig vallen. Enfin, om een verhaal dat nu toch al wel redelijk lang aan het worden is kort te maken: om 23u45 was ik thuis. Het woord ‘verplicht’ slaat op het feit dat er dus andere ongelukkigen waren en dat ik dit dus niet helemaal alleen moest ondergaan. ‘t Zou er nog moeten bijkomen.

Maar goed, de voorstelling dan, want een mens zou nog durven vergeten waar het werkelijk om draait. En die was goed! Ik weet niet wat ik heb gezien, maar ik heb gelachen. En niet van: “Haha, ik lach u uit, jij ongelooflijke mislukkeling met uw schertsvertoning aldaar op het podium!”, maar van: “Haha, ik vind dit best wel grappig.” Superamas bracht blijkbaar het tweede deel van hun succesvolle BIG-trilogie op het podium: show/business.

Men begon met een fragment uit Zoolander, en wie Zoolander ten tonele brengt, die kan gewoon niet de mist ingaan. “Have you ever wondered if there was more to life, other than being really, really, ridiculously good looking?” (Laat ik even uit de kast komen: ik vind Ben Stiller namelijk een klein komisch genie. Ik heb Zoolander minstens vijf keer gezien. Minstens! Maar dat natuurlijk geheel terzijde. Ik moet mijn cinefiel-status een beetje hoog houden.)

De rest van de show was vooral vreemd – denk aan vooropgenomen stemmen, kussende venten en stewardessen die schmink verkopen. De Vooruit-brochure meldde mij dat het de bedoeling was dat ik in een amateuristische soap ondergedompeld werd, in een soort van “re-live performance”. Superamas zou vechten tegen de Westerse verlangseconomie en de showbizzwereld, maar anderzijds maken ze er ook zelf deel van uit. Zegt mijn brochure. Want daar dienen die dingen voor bij dansvoorstellingen en performances: duidelijk maken wat het simpele – toch in mijn geval – publiek niet snapt. Dankjewel daarvoor, Vooruit-brochure. Dat uw papieren mijn brein nog lang opheldering en verfrissing mogen brengen.