Ingedeeld onder: dag trippers, la vie | Tags: amour, bonheur, foto's, muziek, reisje, youtube
Wij kwamen, wij zagen en wij keerden met pijn in het hart terug. Om zo, heel kort, onze trip van vorig weekend naar PaviaMilaanBergamo te omschrijven.
Reden van vertrek? West-Vlaamse deernes op farmacologische stages in Italië. De ik-persoon die een beetje Italiaans kan dankzij een ver en duister verleden en tripjes met reden altijd nog beter vind dan tripjes zonder. Petit copain die een zeurend lief aan zich had bengelen. Zeuren helpt. De gevolgen zijn geschiedenis.
Personages? De ik-persoon (°Kempen, vrouwelijk), de petit copain (°West-Vlaanderen, mannelijk), heerschap 1 die we even Engelse prins zullen dopen (°West-Vlaanderen, mannelijk), heerschap 2 die we even Gugliemo zullen noemen (°West-Vlaanderen, mannelijk) én, wanneer in zuiderse oorden gearriveerd, een hyperactieve blondine met een neusje voor medicijnen (°West-Vlaanderen, vrouwelijk). Dat het noorden ondervertegenwoordigd was, zal al wel duidelijk zijn?
Enfin, hoewel het tripje begon in mineur (de ik-persoon die er om zes uur ’s ochtends al meteen in slaagde om zichzelf buiten te sluiten terwijl de koffer nog in de gang stond – gelukkig had de ik-persoon haar fiets bij zich en is zij aan een nooit eerder gezien tempo richting Maison petit copain gespurt en is de petit copain aan een nooit eerder gezien tempo dan met reservesleutel naar kot van ik-persoon gereden om zo toch nog op tijd de trein te halen, terwijl zij ‘sorry sorry sorry’ over het perron scandeerde, wetende dat de kleinkinderen er later weeral een mooi verhaal bij zullen hebben om over te sakkeren), was de rest dan, euh, majeur.
Pavia was klein, maar mooi, gezellig, Italiaansig, met gelati, prachtige zonsondergangen, amore amore en andere poeha. Milaan was grijs, de dom wel indrukwekkend, voor de rest een plek zoals er vele zijn. Gelukkig zijn westerlingen een entertainend gezelschap en zullen ‘tapetti mobili’ nooit meer hetzelfde zijn. Bergamo zou, met een fijn zonnetje en een pizzasneetje in de hand, één van de leukste stadjes ooit kunnen zijn – jammerlijk genoeg kreeg ons Belgische vennootschap de hele Middellandse Zee over zich uitgeregend.
Enkele bedenkingen: “aperitivo” is een concept dat dringend in België geïntroduceerd moet worden (€6 voor een cocktail én gratis buffet op de bar!) en “gelati” is een concept dat méér moet geïntroduceerd worden; het is toffer vliegen met EasyJet dan met Ryanair; de luchthaven van Milaan ligt veel te ver van Milaan; de ik-persoon heeft nog nooit zo vaak “wa zeit ‘m?” moeten vragen als dat weekend (het westerlings blijft een moeilijke taal); iemand moet de ontbijtcultuur introduceren in Italië; een Knirps-paraplu beschermt je tegen weer en wind; en fijne buitenlandse reisjes maken de terugkeer naar het thesisirritante België eens zo hard.
Siamo come il sole a mezzogiorno, baby. Voor wie een beetje verlichting/verluchting zoekt in deze stresserende tijden, is dit liedje dé oplossing!
Ingedeeld onder: culturele toestanden, dag trippers, la vie | Tags: Amsterdam, blabla, lijstje, reisje
Mijn lijstje met “Steden Waar Ik Best Wel Eens Officieel Zou Willen Vertoeven” is weer een scheetje langer geworden. Want, beste bloglezer, er zijn namelijk veel steden die wel een bezoekje waard zijn, en misschien zelfs een tweede, of een derde, of een vierde, of misschien zelfs een vijfde als uw portemonnee geld te voorschijn tovert zoals die Ezel uit dat sprookje, maar in de meeste steden, daar zou ik niet willen wonen. Die zijn mooi om eens een keertje door te flaneren, weetuwel. Misschien is mijn probleem gewoon dat ik, hoe dol ik ook ben op reizen, toch een beetje oer-Belgisch ben en me dan toch ook wel écht thuisvoel wanneer ik in mijn geboortelandje ben.
Maar waar het eigenlijk om draaide: de lijst! Wel, die lijst is eigenlijk vreselijk kort. Ik zei het al: oer-Belgisch. In Parijs zat ik vorig jaar en dat was heerlijk: al die cinema’s, al die pannekoeken, al die Franse lekkere dingen, ola! Ik wilde ook alleen op Erasmus naar Parijs en naar nergens anders, dus ik ben wel blij dat ze me mijn eerste keuze bezorgd hebben. Parijs blijft dus op de lijst, hoewel ik er 100% zeker van dat je, als je dag in dag uit elke morgen die metro moet nemen, je wel ontzettend verzuurd geraakt. En dat je longen na een jaar al naar de boem zijn dankzij alle uitlaatgassen.
Gent prijkt sinds kort ook op de lijst en heeft, denk ik, Antwerpen verdreven. (Maar ik ben nog jong en wild, ik verander om de haverklap van idee dus wees niet verbaasd als ik over een half jaar zit te zeuren dat Antwerpen geweldig is.) Tsja, de riviertjes, de parkjes, de theaters, de Chocoladebar,… Gent heeft me in zijn macht. Het staat zelfs op nummer 3 in een wereldranglijst van een National Geographic-achtig blad met steden die men moet (!) bezoeken. Zei mijn krant gisterochtend. Brugge is me een iets te groot openluchtmuseum, Hasselt is me iets te saai, Brussel is een land op zich. Over de Waalse steden heb ik weinig te zeggen, want als wij naar Wallonië trekken, zoeken wij meestal de lieflijke riviertjes en boerenhuisjes op en kwetteren dan samen in koor: “Oooooh, hoe kneuterig!” Snappie?
En dan is er Amsterdam, de hoofdstad van Nederland, de plek waar ik vorig weekend mocht rondwaggelen. Amsterdam is, in één woord, geweldig. Meer valt er niet over te zeggen. Het is een simpele stad, het is een fijne stad. Iedereen rijdt er rond met de fiets, de lange grachten met de talloze bruggen zijn een plezier voor het oog, de museums zijn toch wel een beetje ontelbaar, de oude huisjes staan vaak scheef en die Nederlands zijn toch wel grappig joviaal. (Hoewel de Parijzenaars toch het vriendelijkst blijven.) U hoort het: Amsterdam heeft er een fan bij. Het fijne is dat Amsterdam, net zoals Parijs, vlakbij België ligt. En dat is, voor een echte Belgische, wel lekker praktisch. Zakje patat, bootje in nat, Amsterdam: dat heb ik gezellig weer gehad!
PS. Wie meer Nederland wil, moet naar de film Alles is liefde (klik!) kijken. Wat heeft die film heerlijke quotes! (En ik heb eigenlijk een hekel aan romantische komedies, stel je voor!) En, Carice van Houten doet mee, wat op zich gewoon al een reden is om te kijken. Beste en mooiste actrice van de Lage Landen. Punt!
Ingedeeld onder: dag trippers, la vie | Tags: amour, blabla, bonheur, foto's, reisje
Als ik één ding op reis geleerd heb, dan is het dat de Trotter werkelijk onmisbaar is. Mijnheer Pelemans, altijd en eeuwig zal ik u op uw woord geloven en mijn woonstee zal nooit meer geabandonneerd worden zonder zo’n edele Trotterlijkheid in mijn pocket. Ook zal ik nooit of te nimmer nog Teva’s aandoen wanneer ik met een 500 kilo-rugzak doorheen warme Franse straten ploeter, want al op de tweede dag rugzakkenplezier zat ik opgescheept met vijf bleinen die vrolijk opengeroetsjt werden dankzij schoenwrijvingen zodat ik op woensdag Mejuffer Mankepoot was. Het Palais des Papes in Avignon was best wel indrukwekkend, zodat ik me nu zit af te vragen hoe fascinerend het moet zijn wanneer je niet hobbelt van de ene bank naar de andere. Ook werd ik altijd met snurkers opgescheept wanneer de slaapzaal van de lokale jeugdherberg van naderbij bekeken werd, waardoor ik nu betwijfel of slaapgelegenheden die bestaan uit het woord “jeugd” en “herberg” (geef toe, dat woord klinkt uiterst Middeleeuws!) wel iets voor mij zijn.
Maar dat zijn de kleine reiskwaaltjes en het eventueel-thuisblijven-om-zulke-dingen-te-vermijden niet waard. Wat ik zag? Dijon, Orange, Avignon, Nîmes, Aigues-Mortes, Arles, Saintes Maries de la Mer, Marseille, Lyon en alle kleine dorpjes die de boemeltrein van Lille Flandres naar Dunkerque bezoekt. Waarom men naar de Provence trekt? Om amfitheaters te zien. Om te constateren dat de Franse conducteurs geen reet – excusez-moi le mot – doen. Om de digicam vol te schieten met pracht en praal en broderieën en tierlantijntjes en jezelf en de amour. Om te genieten van gratis overzetbootjes. Om baguette met brie te eten voor ‘t één of ander belangrijk Frans gebouw en dan weggejaagd te worden door een agentje in spe. Om een tapasrestaurant uit de Trotter (!!!) te testen. Om ’s nachts terug op de camping aan te komen en te beseffen dat je geen zaklamp bij hebt. Om te kijken hoe onbekende individuen de tango dansen. Om supermarkten te zoeken op verlaten wegen. Om jezelf acht keer per dag in te smeren met muggencrème en Euceta. Om je nieuwe bikini op ‘t strand te gaan showen. Om paardje te rijden in de Camargue. Om ravioli in blik te kopen en dat heel stoer klaarmaken op ‘n campingvuurtje. Om pyjamakerken te bezoeken. Om zonsondergangen te zien. Om verlaten kreekjes te zoeken én te vinden. Om te ontbijten bij een panaroma. Om terug te komen met een bruin kleurtje. Om te kibbelen over belachelijke dingen. Om daarna nog wat meer van elkaar te houden.
Meer foto’s op de Windows Space: mindere kwaliteit maar meer gemak. De luiaard heeft gesproken.
Doornik, de tweede oudste stad van België (sorry makker, Tongeren was je net voor), de grootste stad qua oppervlakte, met een kathedraal die een mengelmoesje is van gotiek en romaanse stijl (mijn lessen Kunstgeschiedenis waren dan toch ergens goed voor) en het oudste Belfort van België. Denk ik. Materiaal genoeg voor schone plaatjes!












