Mag ik even uw aandacht voor één van de meest onbekende maar ook één van de geweldigste films ooit? Deze week bekeek ik voor de tweede keer Garden State, het regiedebuut uit 2004 van de nobele onbekende Zach Braff.
In Garden State keert Andrew Largeman – wanneer hij verneemt dat zijn moeder gestorven is – terug naar zijn geboortedorp in New Jersey (= Garden State), na negen jaar afwezigheid. Terug thuis ontmoet hij vele oude bekenden, die allemaal zo hun eigen leven hebben opgebouwd: de een is grafdelver, de ander politieagent, en weer een ander heeft een vermogen verdiend met het uitvinden van geluidloos klittenband. Ondertussen blijft ‘Large’ de confrontatie met zijn vader zo lang mogelijk uitstellen en zoekt hij een dokter op. Daar ontmoet hij Sam, een enthousiaste optimist (als er al optimisten bestaan die niet enthousiast zijn?) en een bebbel voor twee. U hoort het al, door de ontmoeting met deze Sam zal het leven van Large een heel andere wending nemen. Maar dat ga ik lekker niet vertellen.
Het verhaal mag dan misschien een beetje cliché klinken (verloren zoon komt terug, coming-of-age, ontmoet onderweg meisje) maar Braff presenteert het allemaal zo ongelooflijk mooi. Geen wilde bewegingen, maar een camera die ons onbeweeglijk stil laat kennismaken met de wereld van Braff en het drama dat erachter schuilt. Dat combineert hij dan ook nog eens met een stel heerlijke quotes die je zo in de huiskamer kan ophangen. “You know that point in your life when you realize that the house that you grew up in isn’t really your home anymore? That idea of home is gone. […] Maybe that’s all family really is. A group of people who miss the same imaginary place.” Als dat nog niet genoeg is, staan er op de soundtrack ook nog een paar geweldige liedjes, waaronder Don’t panic van Coldplay, Caring is creepy van The Shins, Such Great Heights van Iron And Wine en Let Go van Froufrou. En als u nu nog steeds niet overtuigd bent om naar de videotheek te hollen, een superfantigeweldige trailer om het geheel af te maken. Dankuwel.
Wanneer men mentaal een beetje afgestompt begint te raken van het vele schoolwerk (hoewel het toch nog steeds lijkt alsof ik meer pauze neem op een dag dan écht werk, maar goed), mag men zichzelf al eens transformeren in een heuse bakvis. Dat doen 22-jarige deernes door naar films te gaan kijken die bedoeld zijn voor 15-jarige pubers met als plotlijn: “Een tienermeisje brengt zichzelf in levensgevaar wanneer ze verliefd wordt op een vampier.” Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat dat oerbelachelijk klinkt, maar ik had toevallig (jahaa!) ook het boek gelezen (Twilight van Stephenie Meyer!) en daar was ik – heuse bakvis die ik ben – wel een enthousiaste fan van. Ook al omdat ik mij die vampier als uiterst knap en mysterieus voorstelde natuurlijk. Gelukkig voor mij hadden ze voor de film toch wel een kerel gecast die er knap uitzag wanneer hij mysterieus deed, dus viel er nergens over te klagen. En wanneer hij uit zijn glinsterende autootje stapte met ’n Ray Ban-bril op zijn kop en zijn haar zo hoog in de gel als Cameron Diaz in There’s Something About Mary, kon je de grieten in de zaal allemaal een gilletje horen slaken: le nouveau James Dean est arrivé (weliswaar in vampierenversie, maar dat draagt gewoon bij tot de, euh, mysterieusiteit).

Verder heb ik ook Loft gezien, waar ik eigenlijk niks zinnigs over te zeggen heb, buiten dan dat het puike acteerprestaties waren en dat Erik Van Looy een toffe pee is, maar dat het gewoon echt mijn cup of tea niet was. Enfin. In de week zal ik nog eens proberen om mijn blik te werpen op een echte intellectuele film, om stoer te doen en toch iets te hebben om over te praten op café. Ik denk dat ik met mijn James Dean in disguise niet ver ga komen. Snik snif snotter.
Coldplay heeft een soort van historisch lied gemaakt dat over klokken in Jeruzalem gaat en koningsmoorden; men zegge het voort! En dat bedoel ik niet sarcastisch, want ik juich het echt toe dat liederen uit genres zoals rock en pop, of whatever Coldplay eigenlijk is, ook eens over iets anders gaan dan die eeuwige heerlijke liefde of die eeuwige dramatische liefde. Nu klink ik waarschijnlijk als een verbitterd oud vrouwtje, maar qua liefde heb ik momenteel nergens over te klagen en ik ben dus gewoon echt daadwerkelijk blij dat de hedendaagse artiesten nieuwe thema’s uit de kast halen. Creativiteit: hoezee, hoezaa! Daar komt dan nog eens bij dat Viva la Vida ook goed klinkt (zei de niet zo heuse Coldplay-fan – ik weet het, we worden zeldzaam maar we bestaan nog), dat Coldplay voor hun nieuwste CD zelfs een echte Delacroix op de cover hebben gesmeten (La Liberté guidant le peuple; er bestaan dus Angelsaksische mensen die opletten in de les tijdens geschiedenis van het Frankrijkland!) en dat er ook nog eens een geweldige clip bij hoort, geregisseerd door niemand minder dan Anton Corbijn en gefilmd in Den Haag; een kleine ode aan Depeche Modes Enjoy the silence. Wie vorig jaar de film Control zag, zal mijn euforie omtrent mijnheer Corbijn begrijpen en grijpt nu naar de eerste de beste Joy Division-CD die op zijn of haar desk ligt. Enfin. Depeche Mode, Joy Division, ik begin als een grijze MTV-presentatrice te klinken. Dit is allemaal veel blabla maar weinig boemboem, dus: YouTuuuube.

GisterenThe Dark Knight gezien. Of ik Christopher Nolans nieuwste werkelijk goed vond, daarover ben ik het nog niet eens met mezelf. The Prestige was z’n geld meer dan waard, maar €6,50 – en dat op maandag filmdag in de Kempense bioscopen! – leek wel net iets te veel van het goede voor een toch wel langdradige film waarin er elke vijf minuten iemand afgeknald werd en de meeste verhaallijnen nogal, euh, ingewikkeld waren. Batman zelf kwam er amper aan te pas en Katie Holmes die getransformeerd was in Maggie Gyllenhaal deed me een beetje denken aan de werkwijze van derderangsacteurs uit The Bold & The Beautiful.
Gelukkig was er Heath. Ik geloof best dat Heaths uiterst tragische dood niet alleen voor ons kwijlende bakvissen een kleine shock was en dat alle poeha eromheen de film een extra duister kantje geeft, maar feit is dat die vent écht kan acteren, en dan ook het lichtpunt van de film was. Zij het dan een psychopathisch lichtpuntje dat graag met messen zwaait en fout geschminkt is, maar desalniettemin, een lichtpunt. Hij kan trouwens ook potloden laten verdwijnen op uiterst originele manieren.
Een postume Oscar voor Ledger? Toegestaan.
De eerste plaats voor The Dark Knight in IMDbs top 250? Mmm… Niet verdiend.
Maar meningen verschillen. Ga dus misschien toch maar eens kijken. En als ’t niet voor Batman is, dan voor Heath. Want – om even als een L’Oreal-reclame te klinken – die is het waard.

‘Les Ch’tis’ is grootste succes van Franse cinema in België
De film ‘Bienvenue chez les Ch’tis’ is vrijdagavond het grootste succes van de Franse cinema in België geworden. Na dit weekend stond de bezoekersteller op 885.000, zo liet Alternative Films, de verdeler van de film in België, weten. In Franstalig België kwam de film van Dany Boon, een komedie die de spot drijft met de clichés over de Fransen uit het noorden van het land, op 27 februari uit. Sinds de film in België te zien is, heeft Michel Lue van Alternative Films het over een “waar fenomeen”. Volgens Lue slaagt de prent er in “mensen te lokken die anders nooit naar de bioscoop gaan” en gaan velen “de film meerdere malen bekijken”. “De film voert sinds zijn release zeven weken geleden de box-office aan. De cijfers zijn erg stabiel”, aldus Lue, die verwacht dat de film zeker een miljoen filmliefhebbers zal trekken. Eerder werd ‘Bienvenue chez les Ch’tis’ ook al de succesvolste film uit de geschiedenis van de Franse cinema sinds 1945. Het vorige record voor een Franse film stond op naam van ‘La Grande Vadrouille’, een komedie met onder andere Louis de Funès en Bourvil uit 1966. Die film trok 17,2 miljoen bioscoopgangers. ( De Morgen -14 april 2008 )
Tijdens het ik-surf-wat-rond-op-internet-en-noem-dat-thesisonderzoek-doen, kwam ik bij dit nieuwtje van De Morgen terecht. En nu lees ik net op Allo Ciné dat vandaag, 11 mei, de film in Frankrijk al aan 19,5 miljoen verkochte biljetjes zit en bijna Titanic gaat voorbij steken. Mais alors! Afien afijn, zie hier zowat de conclusie van mijn thesis: critici doen lyrisch over de oude theatrale rotten in het vak die de Franse cinema een status hebben gegeven van ingewikkeld, langdradig, speciaal… terwijl de Fransen zelf meer tuk zijn op platvoerse komedies van eigen bodem waarbij ze niet te veel moeten nadenken. En zie, zelfs het buitenland lijkt te volgen!
Maar geen slecht woord over Bienvenue chez les Ch’tis, want een film zonder een spoor van geweld of seks die zo’n potten weet te breken in de box office; die moet gewoon goed zijn. En voor wie er echt geen genoeg van krijgt: la bande annonce! À Bergues, on boit le coco colo!
