Wie Lost volgt (of ten minste een poging doet tot, zoals ik), is waarschijnlijk ook al op zoek naar de constante in zijn of haar leven voor de eerstvolgende keer je door een grijze wolk vliegt met een helikopter, die vervolgens je brein naar de ultieme verwarring zal katapulteren. Hoera voor Amerikaanse series! Om een lang verhaal kort te maken: vandaag breng ik u muziek. Welke muziek? Liedje: Lorraine. Band: Balthazar. Een band van Belgische bodem, West-Vlaamse bodem. Conclusie: West-Vlaanderen begint zo’n beetje de constante in mijn leven te worden, hoewel we weigeren om ons zomaar meteen zonder slag of stoot over te geven aan wegvallende g’s en styf moeilijke verstaanbaarheden. Met andere, meer noorderlijke, woorden: Jeuj veu muziek!
En mijn excuses voor het gebrek aan clip, maar het is de muziek die telt, niwaar?
Coldplay heeft een soort van historisch lied gemaakt dat over klokken in Jeruzalem gaat en koningsmoorden; men zegge het voort! En dat bedoel ik niet sarcastisch, want ik juich het echt toe dat liederen uit genres zoals rock en pop, of whatever Coldplay eigenlijk is, ook eens over iets anders gaan dan die eeuwige heerlijke liefde of die eeuwige dramatische liefde. Nu klink ik waarschijnlijk als een verbitterd oud vrouwtje, maar qua liefde heb ik momenteel nergens over te klagen en ik ben dus gewoon echt daadwerkelijk blij dat de hedendaagse artiesten nieuwe thema’s uit de kast halen. Creativiteit: hoezee, hoezaa! Daar komt dan nog eens bij dat Viva la Vida ook goed klinkt (zei de niet zo heuse Coldplay-fan – ik weet het, we worden zeldzaam maar we bestaan nog), dat Coldplay voor hun nieuwste CD zelfs een echte Delacroix op de cover hebben gesmeten (La Liberté guidant le peuple; er bestaan dus Angelsaksische mensen die opletten in de les tijdens geschiedenis van het Frankrijkland!) en dat er ook nog eens een geweldige clip bij hoort, geregisseerd door niemand minder dan Anton Corbijn en gefilmd in Den Haag; een kleine ode aan Depeche Modes Enjoy the silence. Wie vorig jaar de film Control zag, zal mijn euforie omtrent mijnheer Corbijn begrijpen en grijpt nu naar de eerste de beste Joy Division-CD die op zijn of haar desk ligt. Enfin. Depeche Mode, Joy Division, ik begin als een grijze MTV-presentatrice te klinken. Dit is allemaal veel blabla maar weinig boemboem, dus: YouTuuuube.
In tijden van stress en speelplein limiteer ik mijn internetwalhalla enkel tot het bezichtigen van YouTube-clipjes. Na ‘t mooie concertje van vorige week in het Rivierenhof van Deurne krijgt Death Cab for Cutie mijn onverdeelde aandacht en daarom presenteer ik mijn edele publiek met Soul meets body, zodat we allemaal samen een beetje kunnen wegzwijmelen.
Vandaag heb ik mijn vaderlief verblijd door het huis rond te springen terwijl ik Fascination van Alphabeat een nieuwe dimensie gaf door man- én vrouwenstem te combineren en er ook nog eens uit te zien als iemand die rechtstreeks weggelopen was uit Fame, met een bloemenjurkje, marginale slobbersokken, opa-sleffers en een wollen vestje dat eigenlijk helemaal niet bij het geheel paste. Het is koud, het mag! Vaderlief kon het niet echt appreciëren, maar dat was te verwachten aangezien hij mijn weledele en luidruchtige humor nooit echt kan appreciëren. Sniksnifsnotter.
Best wel grappig, want overlaatst zat ik oude berichtjes van mezelf te lezen waarvan één melding maakte van ’t volgende:
“Vandaag heeft mijn padré 8x (!!!) gezegd dat ik stiller moest zijn. Een record! De achtste keer was hij echt wel geïrriteerd. Toen gilde ik in zijn oor: Pruimtomaat! Ik ben een pruimtomaat! Je moet niet proeven want ik ben een pruimtomaat!”
Dat was in 2004, het heuglijke jaar dat ik de middelbare school mocht verlaten (Nota aan mezelf: we worden echt oud!) maar blijkbaar ben ik nog altijd even luidruchtig als toen.
Enfin, mijn pogingen om in het huis wat vrede en vrolijkheid te brengen mochten niet echt baten en dus heb ik mij maar teruggetrokken achter mijn prachtig witte bureautje met geel en blauwe schuifjes in mijn extreem kinderlijke kamer die sinds mijn 12de eigenlijk niet meer echt veranderd is omdat ik daar veel te lui voor ben en over enkele jaren hopelijk toch wel zelfstandig elders woon en het dus de moeite niet meer is om nog een update uit te voeren. Ik zit hier wat te paperen terwijl het buiten toch wel redelijk koud is zodat het wel een grauwe oktoberdag lijkt in plaats van hartje juni. Beste Frank, ik wil zon en wel nu zodat ik een mooi bruin kleurtje krijg en niet aan de slag moet gaan met van die vieze zelfbruiners omdat anders iedereen denkt dat ik werkelijk aan bloedarmoede lijdt, dankjewelmercibeaucouptoedeloe.
Gisteren heb ik op welgeteld drie uur tijd een paper geschreven over de geschifte erotomanie van Audrey Tautou in À la folie… pas du tout en nu wil ik op twee uurtjes iets zinvols schrijven over de acteerstijl van Jacques Tati. Oui mon général, ik blijf altijd en eeuwig in de Franse stijl. Na het meisje met de jurkjes word ik nu ook die-Franse-film-geobsedeerde-griet maar dat kan mij niet bommen en kartonnen figuren op levensgrote wijze van Guillaume Canet zijn nog steeds welkom, slechts één adres: het mijne.
Het moesje heeft deze middag al helpen koken en probeert nu sudoku’s op te lossen, hoewel ze dat toch wel ontzettend moeilijk vind. Ik heb deze middag geholpen met het operatief verwijderen van een neusgezwel bij een hond en als een echte professional riempjes aangespannen om bloed te trekken om daarna dat bloed met mijn kennersoog te bekijken (“Te donker, dokter!”) en wie weet word ik ooit nog wel een echte, hoewel mijn hersencelletjes daar toch nog wel iets te klein voor zijn want zodra iemand over lymfeklieren en enzymen tegen mij begint te lallen, val ik in slaap. Nee, dan toch liever mijn Tati en Tautou.
Tom Barman en ik hebben in ‘t verleden al vaak onderonsjes gehad op de Rooseveltplaats in Antwerpen. Ik geef eerlijk toe dat mijn liefde voor dEUS een beetje bekoeld was sinds ik Tom al een jaar niet meer gezien heb, maar nu vind ik hen toch alweer een maandje ganz geil. Vooral monsieur Pawlowski dan (hoewel de baard er wel af mag en dan zijn we weer beste vrienden), maar laten we dat nog even stil houden. Daar komt dan nog bij dat The Architect mij op en neer doet wippen op mijn bureaustoel, wat veel liedjes mij toch niet gunnen. And that’s my conclusion, ’cause I’m the architect.
Twee dagen geleden The Darjeeling Limited van Wes Anderson in de Antwerpse cinema gezien. Het is nu wel officieel een feit dat wat Amerikaanse regisseurs betreft, meneer Wessie duidelijk mijn ultieme favoriet is. De film deed de petit copain en mezelf ook het liedje Where do you go to (My lovely) van Peter Sarstedt herontdekken (en jawohl, ik zeg herontdekken, want ergens in mijn achterhoofd kende ik deze song toch al wel) en ons meteen naar YouTube surfen voor extra beluistering en verduidelijkende tekstinfo want diep vanbinnen zijn we nog steeds Parisiens, om daarna een dansje te doen in mijn houterige kot. Ik twijfel nog of ik er nu eigenlijk nostalgisch, melancholisch of depressief van word, maar ik zal ‘t maar op het eerste houden; dat is het mooiste!
